MKB

Nieuw box 3-stelsel vanaf 2028: wat verandert er voor jou?

23 nov. 2026

Op 12 februari 2026 heeft de Tweede Kamer ingestemd met een nieuw box 3-stelsel. Vanaf 2028 wordt niet langer een fictief rendement belast, maar het werkelijke rendement op je vermogen. Tenminste, als ook de Eerste Kamer akkoord gaat met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. Dat besluit moet nog volgen. Wat betekent dit voor jou als mkb-ondernemer? We nemen je stap voor stap mee.

Werkelijk rendement wordt het uitgangspunt

Vanaf 2028 betaal je belasting over wat je écht verdient met je vermogen in box 3.
Denk aan reguliere inkomsten zoals rente op je spaarrekening, dividend uit beleggingen of huurinkomsten uit vastgoed. Maar ook verkoopwinsten en -verliezen op beleggingen en andere bezittingen tellen mee. Dat is een belangrijk verschil met het huidige systeem, waarin wordt gewerkt met een forfaitair (fictief) rendement.

Ook ongerealiseerde waardestijging telt mee

Het blijft niet bij gerealiseerde inkomsten. Ook ongerealiseerde waardestijgingen van beleggingen en andere bezittingen worden jaarlijks belast. Dit heet een vermogensaanwasbelasting. Stijgt de waarde van je beleggingen op papier? Dan betaal je daarover belasting, ook als je nog niet hebt verkocht. Voor veel ondernemers kan dit effect hebben op de liquiditeit. Zeker als je vermogen vooral ‘op papier’ groeit.

Uitzondering voor onroerend goed en start-ups

Voor onroerende zaken geldt een andere aanpak. Hier wordt gewerkt met een vermogenswinstbelasting. Dat betekent dat je pas belasting betaalt over de waardestijging bij verkoop. De jaarlijkse waardeontwikkeling telt dus niet mee. Wel blijven directe inkomsten, zoals huur, belast. Dezelfde uitzondering geldt voor aandelen in start-ups en scale-ups.

Mogelijk ook voor familiebedrijven

De Tweede Kamer heeft de regering gevraagd om te onderzoeken of aandelen in familiebedrijven ook onder een vermogenswinstbelasting kunnen vallen in plaats van een vermogensaanwasbelasting. Er moet eerst een duidelijke definitie van ‘familiebedrijf’ komen. Dit kan interessant zijn voor ondernemers die vermogen in hun eigen bedrijf hebben opgebouwd.

Vastgoedbijtelling bij beperkte verhuur

Voor vastgoed dat minder dan 90% van het jaar wordt verhuurd, geldt een vastgoedbijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde. Is de werkelijke huur lager dan 3,35%? Dan wordt toch 3,35% als rendement belast. Zelfs als je het pand helemaal niet verhuurt – bijvoorbeeld een vakantiewoning voor eigen gebruik – wordt 3,35% van de WOZ-waarde als rendement meegenomen.

Vastgoedbijtelling ligt onder een vergrootglas

De Tweede Kamer heeft gevraagd om:

  • Het percentage vóór 1 januari 2028 waar mogelijk te actualiseren.
  • Extra onderzoek te doen naar rendementen op vakantiewoningen.
  • Te kijken naar een uitvoerbare tegenbewijsregeling.

Hier kan dus nog beweging in komen.

Kostenaftrek wordt mogelijk

Bij het berekenen van je werkelijke rendement mag je vanaf 2028 kosten aftrekken.

Denk aan:

  • Betaalde rente
  • Bankkosten
  • Kosten bij aankoop en verkoop van beleggingen
  • Onderhoudskosten van vastgoed
  • Andere periodieke kosten van onroerende zaken

Dat zorgt voor een eerlijker berekening, maar vraagt ook om een goede administratie.

Tarief: 36%

Het voorgestelde tarief in box 3 wordt 36%. Je betaalt 36% belasting over je werkelijke rendement, na aftrek van een heffingsvrij inkomen van € 1.800. 

Verliezen verrekenen

Maak je een jaar verlies? Dan mag je dat verrekenen met positieve rendementen in latere jaren. Wel geldt een verliesdrempel van € 500. De eerste € 500 aan negatief rendement is dus niet verrekenbaar.

Verschil met het huidige box 3-stelsel

Nu wordt nog gewerkt met forfaitaire rendementspercentages voor spaargeld, schulden en overige bezittingen. Is je werkelijke rendement lager, dan kun je gebruikmaken van een tegenbewijsregeling.

Vanaf 2028 vervalt dit systeem. Dan wordt alleen nog het werkelijke rendement belast. De berekeningswijze wijkt bovendien af van de huidige tegenbewijsregeling tot en met 2027.

Gaat het echt in per 2028?

Om invoering per 2028 mogelijk te maken, moest de Tweede Kamer uiterlijk 15 maart 2026 instemmen. Dat is gelukt. Nu is het wachten op de Eerste Kamer. Een uiterste beslisdatum is nog niet bekend.

Toch weer op de schop?

Het nieuwe stelsel is politiek gevoelig. De Tweede Kamer stemde met tegenzin in, vooral vanwege de vermogensaanwasbelasting. In het coalitieakkoord staat dat het kabinet uiteindelijk wil toewerken naar een volledige vermogenswinstbelasting.

Dat betekent: pas belasting betalen bij verkoop, niet over jaarlijkse waardestijgingen. De regering moet uiterlijk bij het Belastingplan 2029 met een voorstel komen, inclusief dekking. Daarnaast zijn nog diverse aanvullende onderzoeken en uitwerkingen gevraagd.

Kortom: het stelsel staat, maar de discussie is nog niet klaar.

Wat betekent dit voor jou als mkb-ondernemer?

Heb je privévermogen in box 3? Bijvoorbeeld beleggingen, vastgoed of vermogen buiten je onderneming? Dan krijg je vanaf 2028 mogelijk te maken met:

  • Jaarlijkse belasting over waardestijging van beleggingen
  • Een andere behandeling van vastgoed
  • Meer administratieve verplichtingen
  • Nieuwe keuzes rondom investeren, aanhouden of verkopen

Zeker als je vermogen onderdeel is van je toekomstplannen – bijvoorbeeld voor bedrijfsopvolging of pensioen – is het verstandig om op tijd vooruit te kijken.

Wij denken graag met je mee over de impact op jouw situatie.

Meer weten?

Wil je weten wat dit nieuwe box 3-stelsel betekent voor jouw vermogen en toekomstplannen? Neem dan contact op met een belastingadviseur van Countus. We helpen je graag verder.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Wij helpen je met persoonlijk advies, onze adviseurs denken graag met je mee. Ontvang daarnaast via onze nieuwsbrief tijdig updates en praktische inzichten.